Op vleugelkes

‘Meneer, uw vleugelke is losgegaan.’
Het is een van de mooiste dingen die tegen me gezegd zijn, denk ik in een ondeelbare tel. En dat nu ik me zo zwaar voel.
Ik kijk achter me en word gepasseerd door een oude man in een fel roze Lampre-shirt. Ik stop en draai mijn achterwiel vast.
Als ik weer fiets zie ik een stuk voor me de pezige man rijden. Ik verwacht dat de afstand tussen ons snel zal groeien maar het valt mee. Ik schakel terug en neem een paar heuze haarspeldbochten.
Boven staat de man te wachten. Hij houdt me staande. ‘Maakt u een foto van mij?’
‘Vanzelfsprekend.’
De man houdt zijn iPhone op een bord gericht dat ons welkom op de top heet. Zijn fiets staat ertegenaan. Hij laat me het kader zien. ‘Zo moet u mij fotograferen. Ik word gesponsord. Ik heb al zes fietsen van hun.’ Hij knikt naar zijn fiets. ‘Dit is voor op hun site. U moet op dit knopje drukken.’
Ik maak de foto.
‘Ik was een goed klimmer. Kent u La Marmotte? Dat is een koers met vier cols. die won ik in 84. Ik was lang ziek. Sinds gisteren fiets ik terug. Tien keer won ik de Alpe d’Huez. Zegt u dat iets? Waar komt u vandaan.?… Ach dan zal ik eens iets vertellen. Weet u hoe vaak ik de Alpe d’Huez opgereden ben? Nee? 164 keer. Ik ben nu halverwege. Ik woon in Tongeren. Da’s 50 kilometer terug. Ik heb eens 18 jaar de fiets niet gepakt. Allez. ik moest gaan.’
Daar verdwijnt hij, in het heerlijke landschap van zelfingenomenheid. Ik zie hem de paal passeren die het hoogste punt van ons land aangeeft en weet dat hij moet dalen. Jammer, ik wou dat hij altijd hoger kon, op zijn vleugelkes van trots.